Vermaert Konstschilderesse

B1

Stilleven met bloemen en fruit in een nis

Verblijfplaats: Schaezlerpalais Augsburg, Stadtische Kunstsammlungen (inv.nr 12415)

  • Andere titels in literatuur:
  • Stilleben mit Blume und Obst
  • Flower Still Live

Drager: doek
Signering : Maria van Oosterwijk
Plaats van signering: links onder
Datering: geen
Afmetingen: 100 x 82 cm (8200 cm2)
Bijzonderheden[1]:

  • Collectie van Mrs. Thursby, Melbury Lodge, Winchester
  • Engelse kunsthandel, Londen
  • Galerie Karl Haberstock via Tooth & Sons, London, 1938 (aankoopbedrag 855 Eng.P)
  • Karl und Magdalene Haberstock-Stiftung, 1972
  • Van dit schilderij is gemeld dat het uit 1667 zou dateren. Volgens informatie bij RKD is dit niet waarschijnlijk.

Beschrijving: 

Op dit grote doek is een weelderig boeket uitgebeeld, dat is geplaatst in een goed zichtbare, geornamenteerde stenen nis op een dubbele marmeren plint.
Een witte lelie is hier de topbloem, maar wordt (heel bescheiden) gesecondeerd door een  zaadbol van de papaver en links van de lelie door een papaver in de knop, rechts van de lelies zien we een blauw-paarse Siberische lis.
De centrumbloemen worden gevormd door een tiental bloemen, waarvan de witte roos en de roze Provenceroos het meest opvallen. Daaromheen zijn ook een tiental bloemen in ongeveer een cirkel geplaatst. Beginnend bij de roze witte tulp rechts zien we met de klok mee: rode pioenroos, grote ereprijs, akkerhoornbloem, witte akelei, dagschone, rood-witte anjer, grote bevernel, Turkse lelie, lilawitte tulp, blauwe ridderspoor en een rood-witte anjer. 

Aan weerszijden van de glazen vaas ligt op de dubbele plint zogenaamd ‘bijwerk’. Links van de vaas zien we op de bovenste plint twee trossen met rode druiven en twee perziken, op de onderste plint liggen twee Lambertsnoten en een hazelnoot. Voor de vaas zit een hagedis. Rechts van de vaas liggen op de bovenste plint een tros rode druiven, waarop een bonte bessenvlinder is geplaatst, en een paar perziken. Op de onderste plint zien we rechts een trosje aalbessen.
Op het doek zijn drie koolwitjes geplaatst: een helemaal boven op de centrale as, op de nadere twee op de diagonale lijn naar rechts beneden de twee andere. Bij de tulp aan de linkerkant zien we een vliegende waterjuffer, op de perzik linksonder een vlieg. Naast die perzik.

Compositie: 

Het schilderij heeft een strak geometrisch grondpatroon. Bij dit schilderij is heel veel uit de kast gehaald om de kundigheid te etaleren met een grote diversiteit aan bloemen in een cirkel-driehoekcompositie. 

Nadere bijzonderheden: 

Enkele elementen van dit doek tonen een opvallende gelijkenis met twee andere schilderijen van Maria. Het betreft allereerst het paneel in het Palazzo Pitti in Florence (zie schilderij B26) en het paneel dat tijdens de TEFAF 2000-2001-2002 werd getoond (zie schilderij B25). 

Bezien we allereerst de overeenkomsten met het paneel in het Palazzo Pitti, dan vallen de twee perziken rechtsonder op: deze zijn nagenoeg identiek met die op het schilderij in Florence.

Niet alleen het loof maar ook de twee beurse plekken op de rechtse perzik duiden erop dat Maria dit element óf gelijktijdig moet hebben geschilderd, óf volgens eenzelfde schetsvoorbeeld, óf dat het ene schilderij nog in haar atelier was terwijl ze met het andere bezig was. Ook de onderste witte akelei is identiek met die op het paneel in Florence. Dat geldt ook voor de dagschone op beide stukken. De bonte bessenvlinder komt eveneens op beide voor, zelfs de houding van beide vlinders is dezelfde. Ook de twee vazen zijn identiek.
Een vergelijking van de weerspiegeling van de atelierruiten op beide bloemvazen is ook interessant. Beide weerspiegelingen tonen niet alleen het atelierraam, maar ook een afbeelding van de huizen aan de overkant van het atelier, die door het raam te zien zijn.
Op het paneel in Florence zien we in het midden een huis met de kopgevel naar voren en op goothoogte één raam en daaronder twee ramen. Links en rechts van dit huis zijn ook twee bouwwerken zichtbaar, duidelijk losstaand van het middelste. Dat geldt ook voor het doek in Augsburg.
Vergelijken we het doek uit Augsburg met het doek dat tijdens de TEFAF werd getoond dan zien we in het bijwerk ook twee opvallende overeenkomsten aan de onderzijde van beide stukken.
Allereerst kan worden vastgesteld dat op beide schilderijen een dubbele plint is gebruikt. In ander bekend werk van Maria komt dit niet voor. Verder valt op dat de trosjes aalbessen identiek zijn. Ook de typische Lambertsnoten zijn op beide schilderijen identiek.

Naar het oordeel van F.G. Meijer (RKD) zal het doek in Augsburg geschilderd zijn in de periode 1685-1690. Hij vergelijkt het doek uit de Haberstockcollectie vooral met de twee bloemstukjes uit de Engelse Koninklijke collectie (1686 en 1689 gedateerd) en het schilderij uit 1685 in Kopenhagen, die alle drie hetzelfde, belangrijk op het rood georiënteerde coloriet hebben, op een zelfde manier een wat grafisch aandoende hardheid in de uitvoering kennen en wat minder vloeiende opbouw van het boeket hebben dan de boeketten op de vroegere schilderijen.

Het herhalen van details is niet noodzakelijk aan een korte tijdspanne gebonden. Maria zal de studies ervoor in de kast hebben gehad en er bij gelegenheid op hebben teruggrepen. Het zou natuurlijk wel leuk zijn wanneer we voldoende gedateerde stukken kenden om daar met meer houvast iets over te zeggen, maar helaas is dat (nog) niet het geval.




[1] Zie ook: Horst Kessler, Karl Haberstock, Umstrittener Kunsthändler und Mäzen, pag. 74/75