Vermaert Konstschilderesse

B10

Stilleven met bloemen in een siervaas

Verblijfplaats: Mauritshuis ‘s-Gravenhage
Andere titels in literatuur:

  • Bloemen in vaas met een beeldje
  • Blumenbouquet in reliefiertem Krug met Figurenstaffage
  • A bouquet with a sunflower and a kneeling Venus
  • Bouquet de fleurs (RKD/Hofstede de Grootfiches)

Drager: doek
Getekend: MARIA ..AN OOSTERWIJ[CK] in donkerbruin
Plaats signering: onder links van het midden op de plint
Datering: neen (vermoedelijke datering volgens museum: 1670-1675
Afmetingen: 62 x 47,5 cm (2945 cm2)
Bijzonderheden:

  • Verzameling van Coninck de Merken, Gent, 1856
  • Collectie Jonkheer Du Bus de Gisignies, veiling Brussel 1878 (veilingprijs: 1500 francs)
  • door Mauritshuis verworven op 9 mei 1882, veiling vic. De Bus de Gisignies, Sale Bruxelles
  • Inventarisnr. 468 Mauristhuis

Beschrijving[1]

Op een rood-bruin-grijs geaderde marmeren tafel tegen een nagenoeg zwarte achtergrond staat een cremewitte / ivoorkleurige vaas van aardewerk (guideterm) waarin een overzichtelijk boeket, hoofdzakelijk uitgevoerd in de kleuren rood, oranje, wit en groen. Het gehele tafereel wordt beschenen door een licht dat van links komt. De tafelhoek is links onder in de hoek van het schilderij nog juist te zien. Tussen de linkerhoek van de tafel en de vaas ligt de deksel van de vaas, die voorzien is van kleine figuren in reliëf. De greep van de deksel wordt gevormd door een beeldje, een Venusfiguur die op haar rechterknie zit, de linkerknie iets opgetrokken. Hoewel het gezicht van de vrouwenfiguur is gericht naar het boeket schuin erboven is de figuur enigszins afgewend van het boeket. Het geeft daardoor een afwerende pose aan de figuur. Naast de deksel zien we drie van de vier gestyleerde leeuwenpootjes die de vaas dragen. Op de vaas zijn versieringen aangebracht: drie putti die met een geit spelen in een wijngaard. De vaas en de deksel zijn uitgevoerd in een renaissancestijl.
Rechts voor de vaas tussen twee sprieten van het bont rietgras is een julikever te zien. Links boven op de knop van de slaapbol bevindt zich een hoornaar (horzel). Geheel links, net onder het midden, is een vlinder (Atalanta) afgebeeld.
Het boeket telt zestien soorten bloemen. Een beperkt aantal daarvan is inheems, zoals het fluitekruid, de tijm en de winde. Het boeket is voorzien van een zonnebloem als bovenste kroonbloem met daarboven weer ridderspoor. Gaan we naar links dan zien we schuin onder de zonnebloem een afgewende slaapbol. Vervolgens verder afdalend zien we o.m. een witte hibiscus (Althaeaboompje) in het centrum van het boeket met daar links boven steenbreek, aan de onderzijde van links naar rechts een rose provenceroos, een oranje grote afrikaan en een tuinanjer. Uit de vaas hangt het in veel schilderijen van Maria voorkomende gestreepte bont rietgras, met rechts daarvan een rode stokroos met twee bloeiende rozen en blauwe bloemetjes van de ridderspoor. In het boeket zijn ook bloemen van de lavendel verwerkt. Als buitenste bloemen zijn herkenbaar het fluitekruid en tijm. Een oranjeboompje (rechts in het boeket) en de groene bladeren aan de rand vervolmaken het geheel.

Compositie:

De hoofdcompositie wordt gevormd door de lichtgebogen S-vorm.
De hoofdbloemen zijn elk in verschillende richtingen gedraaid, hetgeen het boeket een op het oog spontane ordening geeft maar waardoor tevens een onbewuste spanning wordt opgeroepen. 

Het kleurgebruik in dit schilderij is een beetje verwarrend. De witte hibiscus is geschilderd achter de oranje afrikaan, maar door zijn kleur springt deze naar voren. Ook de positie van sommige andere bloemen is moeilijk vast te stellen: staat de roze roos links voor de hibiscus of daarachter. Ook de bladeren aan de linkerzijde zijn niet goed te positioneren. De grootte ervan geeft aan dat zij vooraan staan, maar dan hadden zij - gelet op het licht dat de bloemen vangen - eigenlijk een meer heldere kleur moeten krijgen dan zij nu hebben.

Bijzonderheden:

Over de betekenis van het schilderij zijn veel meningen te boek gesteld, die alle gemeen hebben dat de vaasdeksel met het Venusbeeldje als uitgangspunt wordt genomen.
Zo sluit Taylor niet uit dat het schilderij bedoeld zou kunnen zijn als een aansporing om van de liefde te genieten. Hij baseert dat op de overduidelijke aanwezigheid van de vaas en de deksel, met daarop symbolische versieringen als Venus, Godin van de liefde, en de geiten in de wijngaard. Het was in de renaissance standaard om geiten en wijn te associëren met wellust.


Tegelijkertijd merkt Taylor op dat die associatie en de persoon van Maria niet gemakkelijk zijn te verenigen. Hij suggereert twee mogelijkheden: of het schilderij is gemaakt in opdracht van iemand die een voorkeur had voor de geneugten van de liefde, of de kunstenares heeft geprobeerd te wijzen op de onvermijdelijke teloorgang van de lichamelijke erotiek. Taylor voegt eraan toe dat elke interpretatie mogelijk is. Lindenburg wijst erop dat het schilderij een religieus moralistische betekenis kan worden toegekend. Zij wijst op het iconografische verband tussen het wijnstok-motief en Christus de Verlosser[2]. De Venus-figuur en de rozen symboliseren in haar ogen de liefde en opoffering, terwijl de vlinder staat voor de bevrijding van de mens van zijn aardse bestaan. Broos meent dat de Venus, als symbool van de liefde en in combinatie met de satyrs als symbool van de wereldse wellust, door Van Oosterwijck bewust zijn gesteld tegenover de zonnebloem als het symbool van de godsvrucht, wat betekent dat het geheel is bedoeld om aan te sporen tot matigheid. Dezelfde benadering kiest Segal.

Bij de interpretatie zou ook kunnen worden gedacht aan het volgende. In de iconografie wordt een geklede Venus nogal eens gezien als symbool voor de aardse liefde, terwijl een naakte Venus wordt aangemerkt als symbool voor de hemelse liefde. Als Maria die symboliek kende zou aan de voorstelling een religieuze betekenis toegekend kunnen worden.
De schilder Jan de Bisschop heeft twee tekeningen[3] gemaakt van het beeld ‘De knielende Aphrodite’, dat in 1669 in het tweede deel van het boek Icones werd opgenomen, welk beeld lijkt op de Venus op de vaasdeksel. Dat beeld was in bezit van de kunsthandelaar Gerrit Uylenburgh en was een sterk gerestaureerde Romeinse variant van een Hellenistisch voorbeeld:

Vergelijken we het Venusbeeldje op de vaas en de bovenstaande tekeningen dan valt een grote gelijkenis op. Opmerkelijk is dezelfde houding van de benen. Het bovenlichaam is op het beeldje evenwel half gedraaid en de armen zijn is precies de omgekeerde houding weergegeven.

 

De julikever aan de voet van de vaas gebruikte Maria van Oosterwijck ook op haar schilderij B7. Daar is die op een vergelijkbare plaats geschilderd.

  


[1] Deze beschrijving is mede gebaseerd op de beschrijving van P. Taylor in ‘Bloemstillevens in de Gouden Eeuw’, pag. 48/49 en 171, en S. Segal ‘Flowers and Nature’, pag. 220/221

[2] Lindenburg, a.w., pag. 18

[3] Linkerprent: Parijs, Fondation Custodia, Inst. Néerlandais; rechterprent: Londen, Victoria &Albert Museum