Vermaert Konstschilderesse

P1

Verblijfplaats: onbekend
Andere titels in literatuur: niet bekend
Drager: doek
Getekend: neen
Datering : neen
Afmetingen: 120 x 142 cm (17040 cm2)
Andere opgave: 121 x 143

Bijzonderheden:
Hollender, Brussel, 10-4-1888, toen toegeschreven aan Rachel Ruysch
Christies, Londen, 10-12-1993, toen toegeschreven aan Jan van de Hecke

Beschrijving:
Op een tafel met een teruggevouwen een veelkleurig Perzisch kleed ligt in het midden een Wan Li schaal (kraakporselein) met wit-blauwe motieven waarop een rode kreeft ligt. Rechts daarvan ligt een zilveren bord op een wit servet. Op dit bord liggen twee sinasappels, een halve perzik en een stuk meloen. Een aangesneden meloen ligt achter deze schaal. Links van de kreeft ligt ook een zilveren bord, waarop een volle anjer en een anjer in de knop, geflankeerd door gedroogde kruidstengels en groen loof. Links achter de kreeft staat een porseleinen fruitschaal, eveneens Wan Li kraakporselein, waarin en waarvoor diverse vruchten zijn te zien, zoals een peer, perziken, pompelmoen, rode en witte druiven. Rechts boven de kreeft zien we nog een rieten fruitmand. Die mand is gevuld met perziken, citroen, rode en witte druiven. De achterzijde van het tafereel wordt gevormd door een bloemstuk in een glazen vaas op een zwarte kist met okergele randen. In het boeket kunnen onder meer worden onderkend: provenceroos, witte roos, enkele gele rozen, anjer, turkse lelie, een dubbele kievitsbloem en als topbloem een afgewende paarse tulp. De bovenzijde van het schilderij wordt gevuld met een opgeknoopt donkerrood gordijn. Aan de linkerkant van het doek is nog een gordijnkwast te zien.

Bijzonderheden:

De toewijzing van dit schilderij aan Maria van Oosterwijck is voornamelijk bepaald op basis van het bloemarrangement, dat onmiskenbaar van haar is. Ook de mand onder de Wanli schaal  is daarbij behulpzaam geweest. Het doek is het grootste in het bekende oeuvre van Maria van Oosterwijck en valt enigszins buiten het beeld dat men doorgaans van haar schilderijen heeft. Het doek ademt sterke invloeden van Jan Davidsz. de Heem, Pieter de Ring en Van Beijeren. De kist als methode om het tafereel hoogte te geven, zien we met name terug bij schilderijen van De Heem.

Het handvat van de rieten mand bevat dezelfde opvallende zwartgevlochten versiering als het hierna te bespreken doek “Stilleven met vruchten, oesters en een kreeft”. De wijze waarop het servet doorloopt vanaf de tafelrand onder het zilveren bord omhoog in de mand, is ook te zien op het hierna te bespreken werk. Wanli kraakporselein, met meestal een blauwe decoratie op een witte ondergrond die bestaat
uit afwisselend brede en smalle vakken gevuld met gelukssymbolen of bloeiende planten, was in de 17e eeuw populair bij de rijke klasse.

P1

P2

P3