Vermaert Konstschilderesse

A1

Vanitas met hemelglobe

Andere titels in literatuur:
‘Vanitas met bloemen’,
‘Vanitas’
‘Godsdienstig stilleven’
‘Vanitas Stilleben mit Blumen und Globus’
Verblijfplaats: Wenen, Kunsthistorisches Museum Wien
Drager: doek
Signering: Maria van Oosterwijck
Datering: 1668 rechts op de plint
Afmetingen: 73 x 88,5 cm (6460,5 cm2)

Bijzonderheden:

Dit doek werd verworven door keizer Leopold I van Oostenrijk voor een bedrag van 1000 specie-Reichsth[alers][1]. Volgens Houbraken was hij zo verrukt van het schilderij dat hij Maria van Oosterwijck een portret van hem en zijn vrouw als blijk van dank toezond. De portretten zouden zijn vervat in diamanten. De exacte datum van opneming in de keizerlijke galerij is niet bekend. Tot 1730 bevond dit doek zich in de keizerlijke verzamelingen van Habsburg, verhuisde vervolgens naar de Belvedere en daarna naar het Kunsthistorisches Museum in Wenen.
Het werd tentoongesteld tijdens de eerste internationale overzichttentoonstelling van vrouwelijke schilders in Wenen in 1910, waar het werd op opgenomen in de catalogus als een bloemstilleven.
Ook Clara Erskine Clement Waters (V.S., 1834-1916) beschouwde het als een bloemstilleven in haar boek Women in the fine arts from the seventh century b.c. tot the twentieth century a.d.[2]: “A picture in the Vienna Gallery of a sunflower with tulips and poppies, in glowing color, is probably her best work in a public collection.”

Beschrijving[3]

Voor een nis staat een grijze marmeren tafel, die enigszins beschadigd is. Linksvoor op het tafelblad knabbelt een muis aan een tarweaar. Direct daarachter ligt een blokfluit op een opengeslagen muziekboek met een onduidelijke tekst ‘M. Wijn …[?]’, dat op een tweede boek ligt. Schuin voor de blokfluit met boeken staat een heldere glazen buikfles, met daarin een lichte rose vloeistof, die met een zilveren stop is afgesloten. Op de fles is een etiket te zien met het opschrift ‘Aqua Vita’. In de fles spiegelt het schildersatelier met een ‘zelfportret’ van Maria. Voor de fles ligt een lazarusklap (houten leprozenklepper) met direct daarachter een half afgepelde maiskolf, een schedel met een krans van klimop. De vaas waarin het boeket staat, is nauwelijks zichtbaar. Tegen een hemelglobe op de rechterachtergrond leunt een boek met ezelsoren met een gelige kaft, waarop de tekst staat ‘REKENINGH / Wy leeuen om te steruen / En / Steruen om te leeuen’. Op het boek zit een vinder, een Atalanta, met half gespreide vleugels. Eronder ligt een brief met de tekst ‘ Job: 14.// De Mensche van e [en vrouw geboren,] / is kort van dage [en] / sadt van Onrust.’ Rechtsonder op de brief zit een blauwe vleesvlieg. Rechts voor het boek ‘Rekeningh’ zien we een wit inktpotje dat versierd is met blauwe bloemmotieven. Een uit een ganzenveer gesneden pen ligt met zijn punt tegen het boek en leunt op een stapeltje van twee boeken. Uit beide boeken steken stukjes papier. Het onderste papiertje draagt de tekst ‘Navolging Christi’ en het bovenste ‘SELF-STRYT’. Op de boeken staat een zandloper, zit een huisvlieg en liggen enkele vroege voorjaarsbloemen: sneeuwklokje, winterakoniet en een wilde hyacint. Voor een geldbuidel rechts liggen twee zilveren en twee gouden munten. In de vaas staan maar liefst 17 verschillende bloemen / kruiden en tarwe: provenceroos, dagschone, papaver, witte roos, kleine pimpernel, gele roos, afrikaantje, rozemarijn, lis, violier, kaasjeskruid, dille, anjer, tulp, Sint-Janskruid, kleine Perukers en stokroos. De vlinder linksboven op de tarweaar is een koolwitje.
Zoals gebruikelijk is op stillevenschilderijen komt het strijklicht van links.

Compositie

De hoofdcompositie wordt gevormd door een driehoek, waarvan de onderzijde wordt gevormd door het tafelblad en een cirkel, waarvan de bovenrand wordt gevormd door de rand van de nis. De belangrijkste elementen van het schilderij zijn gesitueerd binnen die grote cirkel.
Binnen die cirkel zijn kruiselings tegenover elkaar gepositioneerd de hemelglobe en de schedel enerzijds en het bloemstuk en het boek ‘Rekeningh’ anderzijds. Het is evident dat de schedel het symbool van de dood vormt. Het vormt een herkenbaar menselijk aards overblijfsel na zijn dood. De ronde vorm van de schedel correspondeert met de ronde vorm van de hemelglobe, als symbool voor het hemelse, het leven na de dood. Vormen de schedel en de globe de harde voorwerpen binnen de cirkel, de zachtere tegenstelling wordt gevormd door het bijna tastbare papier, vol met ezelsoren, van het boek ‘Rekeningh’ en het daarmee corresponderende boeket.
Op de randen van de cirkel zijn twee sprekende eveneens met elkaar corresponderende voorwerpen geplaatst: links de fles, met raamweerspiegeling en een zelfportret van Maria, en rechts de zandloper ook met raamweerspiegeling.
Net buiten de cirkel, in de linker- en rechterhoek van binnen de driehoek bevinden zich tegenover elkaar de blokfluit met het muziekboek en de geldbuidel met de munten.

Bijzonderheden

Dit allegorisch schilderij is een van de weinige schilderijen waarbij Maria niet een bloemstuk centraal stelt, maar het bloemstuk een ondersteuning laat zijn van een breder opgezet tafereel. Een ander schilderij van haar hand in dezelfde zin is hierna beschreven onder nr. 2a

Het schilderij moet vooral gezien worden als is een Vanitasstuk, waarbij de schilderes in navolging van menig ander Vanitasschilderij uit de 17e eeuw, de betrekkelijkheid van het leven benadrukt. De Vanitasstillevens zijn sterk beïnvloed door de sfeer in Leiden, waar Maria enkele jaren verbleef. Weliswaar was dit thema niet exclusief voor Leiden, maar wel typerend. Niet alleen vanwege de godsdienstig georiënteerde universiteit, maar waarschijnlijk ook door de ingrijpende herinneringen aan de pestepidemie die Leiden in 1635 had getroffen.
Daarnaast mag het schilderij ook worden gezien als een verwijzing naar het intellectuele leven en studie, gelet op de dwarsfluit (muziek), boeken (studie), de globe (astronomie).

Het zelfportret in de fles ‘Aqua Vita’ heeft Maria ook herhaald in andere schilderijen zoals ‘Boeket in een glazen vaas op een gedeeltelijk met een kleed gedrapeerde tafel’. Zo’n zelfportret is niet alleen een ultieme vorm van signering en bewijs van schilderkundige vaardigheid, het geeft ook de toeschouwer de suggestie dat het arrangement dat hij ziet, een exacte weergave is van het geheel in het atelier. 

De hemelglobe

De hemelglobe is vrijwel identiek aan een in 1613 door Judocus Hondius de Jonge en Adriaen Veen gemaakte globe, waarvan een exemplaar in het Nederlands Scheepvaartmuseum te Amsterdam aanwezig is[4]. Op de hemelglobe is zijn de sterrenbeelden Grote Beer, Kreeft en de aanduiding ‘Cancer’ herkenbaar. De globe komt ook voor op het schilderij ‘Vanitas met hemelglobe en oesters’. 
Uit een aantekening van de bibliothecaris Merula blijkt dat de bibliotheek van de Universiteit van Leiden in 1608 een hemel- en een aardglobe van Jodocus Hondius in bezit had[5]. Maria zou deze dus in haar Leidse periode gezien kunnen hebben. Die globes waren door hem aan de bibliotheek geschonken. 

Hemelglobe Hondius Scheepvaartmuseum Amsterdam

De zandloper en inktpotje

De oranjerode zandloper is bijna identiek aan de zandlopers die op veel stillevenschilderijen uit de 17e eeuw voorkomen.
Het inktpotje is waarschijnlijk Japans, eventueel Delfts[6].

Typische en kenmerkende elementen van Maria’s schilderijen, die ook in andere schilderijen terugkeren, zijn:
- de gepolijste grijze marmeren tafel;
- de gedetailleerde weerspiegeling van de atelierruit, op dit schilderij in de fles en de zandloper;
- de licht gebogen of S-vormige stengels van de bloemen en aren of grassoorten.

Beïnvloeding door De Heem

Het doek vertoont veel gemeenschappelijke kenmerken met het Vanitasschilderij van J.D. de Heem, in bezit van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel[7].

Beïnvloeding door Dou?

Het doek vertoont aan de rechterzijde enkele opmerkelijke parallellen met twee (pendant) stillevens van Gerrit Dou ‘Stilleven met boek en geldtas’ (linker pendant) en ‘Stilleven met zandloper en inktpot’ (rechter pendant), beide uit 1647.
Op het eerst genoemde paneel schilderde Dou een boek met een crèmekleurige kaft en licht rood gekleurde snede waartegen een geldbuidel leunt. Op het doek van Maria zijn die twee elementen ook bijeen gebracht, wat naar beeld en compositie een sterke verwantschap oproept. Op de rechterpendant schilderde Dou een inktpot en pennenkoker, een over de rand hangend papier, een zandloper en een tegen de zandloper leunend boek. Vervangen we de pennenkoker door de ganzenveer van Maria dan is de parallelliteit van alle elementen onmiskenbaar. Ook de grootte van de afbeeldingen op beide schilderijen zijn vergelijkbaar. Mogelijk zag Maria beide panelen van Dou tijdens haar verblijf in Leiden.

 


[1] Bron: OH 2000, F. Meijer, citerend J. von Sandrart, “Academie der Bau- Bild- und Mahlery-Künste” Nuremberg 1675, edited and commented by A.R. Pelzer, Munich 1925

[2] Boston, Houghton, Mifflin and Company, 1904

[3] Zie ook een uitvoerige beschrijving van S. Segal in ‘ Jan Davidsz De Heem en zijn kring’ , pag 220 – 221.

[4] Segal merkt t.a.p. op dat enkele details opmerkelijk anders zijn dan de ons bekende originele hemelglobe: in plaats van de opdracht met de namen van de makers en het jaartal 1613 heeft Maria op de globe een tekst geschilderd waarvan de betekenis nog niet duidelijk is: ‘Habes hie Asteuph […] Aorbis Ciambio’.

[5] Blijkens een passage uit het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1881, Handelingen der algemeene vergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, gehouden aldaar den 16den Juni 1881, in het gebouw der Maatschappij ‘tot Nut van 't Algemeen’, E.J. Brill, pag. 106. De Leidse bibliotheek had toen nog vier andere globes: een hemel- en aardglobe van Gerard Mercator, die aangekocht waren, evenals een gewone wereldbol en een hemelbol volgens Copernicus.

[6] Segal geeft t.a.p. aan dat drs. J.D. van Dam (Rijksmuseum Amsterdam) het potje aanmerkt als vroeg Arita-aardewerk, genoemd naar een streek in Japan en waarschijnlijk vervaardigd naar een Delfts voorbeeld.

[7] Inventarisnr 2661

A1

A2

A3